rubrieken

Stuurlui aan Wal | Mevrouw Bep Kroon van der Neut

Mevrouw

Bep Kroon –

van der Neut

‘Het water leeft, er is altijd wat te zien’

Deze keer in ‘Stuurlui aan Wal’ spreken we met mevrouw Bep Kroon (1925) uit Vinkeveen, geboren in Loenen aan de Vecht. Zij genoot als kind al van het zwembad in Niewersluis, waar zij vandaan komt. Later trouwde zij met Vinkevener Krijn Kroon en verhuisde ze naar een prachtige stek aan de Baambrugse Zuwe, waar zij nog elke dag van geniet.

Bep Kroon Stuurlui aan Wal

Verleden

Mevrouw Kroon: ‘Ik heb altijd al liefde voor het water gehad. Op de lagere school in Nieuwersluis heb ik spelenderwijs het zwemmen geleerd. Dat was in het buitenzwembad, vlakbij de kazerne. Als ik uit school kwam, pakte ik gauw mijn spulletjes en ging ik naar het zwembad toe. En in de vakanties nam ik mijn brood mee en was ik daar de hele dag. Van mijn moeder kreeg ik een kwartje en dan kon ik uit het kistje van de badmeester een reep uitzoeken en nog meer lekkers.’

van mijn moeder kreeg ik een kwartje en dan kon ik uit het kistje van de badmeester een reep uitzoeken

Mevrouw Kroon vertelt dat ze geen zwemlessen heeft gevolgd: ‘We leerden het aan elkaar daar in dat bad. En als je nog iets bij moest leren, maakte de badmeester een lange smalle baan in het bad en dan ging je in een beugel aan een lange stok. Maar dat heb ik nooit gedaan, want dat was bij mij niet nodig. Later heb ik wel mijn zwemdiploma’s gehaald. Daarvoor zetten ze een paaltje in het water en daar moest je dan omheen zwemmen, gewoon op je buik. Daarna moest je heen op je buik en terug op je rug en daarna datzelfde maar dan met kleding aan. Dat was het. Een oefening als watertrappelen hoefde toen nog niet.’

zwemdiploma-bep-kroon

Mevrouw Kroon vermaakte zich in het water met het materiaal dat voor handen was: ‘In het zwembad hadden we een vlot, wat bestond uit twee lagen hout en daar zat iets tussen waardoor het bleef drijven. Daar hadden we grootste schik mee. Het was de uitdaging om zo lang mogelijk over het losliggende vlot te blijven lopen, maar op een gegeven moment was het vlot natuurlijk ‘op’ en viel je in het water. Als we naar huis gingen, zeiden de jongens vaak tegen mij: ‘Bep, jij haalt vanavond nog wel even het vlot op he?’ Want als je het niet goed vastbond, kon het zo wegdrijven.’

Later ontmoette mevrouw Kroon Krijn uit Vinkeveen en verhuisde deze kant op: ‘Krijn was helemaal geen zwemmer. Hij was turfsteker en kon zichzelf redden in het water, maar echt zwemmen kon hij niet. Hij zwom ‘op z’n hondjes’ zoals ze dat vroeger zeiden. Ik ben vaak genoeg meegeweest naar het land. Daar begonnen we met het zogenaamde ‘koppenrollen’. Zo konden we de turf aan beide kanten laten drogen. Hoe harder de turf droogde, hoe meer je af kon leveren. Er kon dus meer geld verdiend worden na een mooie zomer. Daarnaast speelde het mee hoe hard je werkte. Ome Koop van Gert Kroon noemden ze ‘Wilde Koop’, want niemand kon zo vlug turven keren als hij.’

‘Van ons verdiende geld hebben we een boot gekocht, waarmee we ook de Plas afgingen. In onze eerste boot moest je op je knieën koken, zo krap was het. Ik heb toen altijd al gezegd: ‘Als we ooit een andere boot nemen, wil ik er een met stahoogte.’ En dat is ook gebeurd. Samen met broer Koop heeft mijn man ’t Kroontje gebouwd. Ik heb er ook nog spijkers in staan wegkloppen. En ’s morgens moest ik er doorheen moet de stofzuiger om al het vuil te verwijderen. We hebben mooie vaartochten met deze boot gemaakt, onder andere naar Friesland en Overijssel. Maar als mijn man op de terugreis de kerktoren van de Rooms-Katholieke Kerk zag, begon hij altijd te fluiten. En eenmaal op de Vinkeveense Plassen waren, zeiden we tegen elkaar: “Nergens is het water zo helder en lekker als in Vinkeveen!”’

stuurlui aan wal boot bep kroon

Heden

Na een periode van negen jaar in Frankrijk is ‘t Kroontje inmiddels weer terug op haar vertrouwde plek aan de steiger van mevrouw Kroon: ‘Krijn zag het onderhoud van de boot niet meer zitten en besloot de boot aan onze dochter Ineke en schoonzoon Leo over te doen. Zij kozen ervoor om hem naar Frankrijk te varen vanwege een grotere kans op mooi weer. Maar nu is het vertrouwde gezicht aan onze steiger weer terug. En van de zomer heb ik nog twee keer met deze boot gevaren. Volgens mij ben ik toen zelfs op plekken geweest waar ik nog niet eerder geweest was. Of het ziet er nu heel anders uit dan toen..?

Om te genieten van het water hoeft mevrouw Kroon haar erf niet af: ‘Op dit moment geniet ik nog steeds volop van mijn stek aan het water, voornamelijk vanuit mijn favoriete hoekje op de steiger. Water leeft, want er is altijd wel iets te zien. En de meerkoeten, eenden en futen kennen me al. Ze weten het precies als ik eraan kom. Ze hopen dan dat ik hen een broodje kom voeren.’

Wat ook bijzonder is om te vermelden, is dat mevrouw Kroon afgelopen zomer nog gezwommen heeft: ‘Het was heel heet die dag en het was heerlijk om af te koelen. Om dit te realiseren moest er een aantal voorbereidingen worden getroffen: zo werd de zwemtrap ingepakt met handdoeken om mijn armen en benen te beschermen en moest ik geholpen worden met het uittrekken van mijn kousen en mijn korset. Als ik het water uitkom moeten mijn benen worden ingesmeerd met vet en daarna moet alles weer aan. Kortom, dat is een heel gedoe. Maar ik vond het wel ontzettend fijn.’

Toekomst

Mevrouw Kroon hoopt nog lang te genieten van haar stek aan het water: ‘Mijn schoonzoon Leo heeft een breed pad in mijn tuin aangelegd, zodat ik gemakkelijk van en naar de steiger kan lopen met behulp van mijn rollator. En misschien komt er deze winter wel ijs en kan ik een koek en zopie-tentje beginnen,’ grapt mevrouw Kroon tot slot.

Geen reactie's

Geef een reactie